“Van overlevingsmodus naar toekomstperspectief”
Het moment waarop zijn dochters vroegen of hij wel van hen hield, raakte Kevin diep. Het confronteerde hem met wat zijn verslaving en gedrag hadden aangericht. Die ervaring vormde het begin van zijn herstel, gesteund door medewerkers van Tactus.
Hou je wel van ons, papa? Want je bent er niet

“Toen ik in detentie met mijn dochters belde op hun verjaardag, brak ik. Voor het eerst voelde ik schaamte en wilde ik veranderen: voor mijn kinderen, mijn ouders en mezelf. Met begeleiding van medewerkers van Tactus begon mijn herstel. Ik groeide op in een omgeving waarin ik al jong te maken kreeg met geweld en afwijzing. Op school en in mijn buurt werd ik gepest en mishandeld, zelfs bekogeld met stenen. Ik vond het moeilijk om over mijn gevoelens te praten en liep als kind vaak alleen rond met mijn pijn.
Op mijn veertiende kwam ik in aanraking met drugs en criminaliteit. Na een korte detentie op jonge leeftijd bleef ik een tijdje van de drugs af, maar rond mijn achttiende begon ik opnieuw te gebruiken. Wat begon met recreatief gebruik van cocaïne, veranderde in een zware verslaving aan het goedkopere speed. Rond mijn dertigste escaleerde de situatie volledig. Ik had toen al twee jonge kinderen. Mijn betrokkenheid bij criminele activiteiten nam toe en mijn drugsgebruik verergerde. Ik raakte steeds dieper verstrikt in een gevaarlijke wereld van drugs en geweld.
Ik raakte steeds dieper verstrikt in een gevaarlijke wereld van drugs en geweld
Het omslagpunt kwam tijdens mijn laatste gevangenschap, op de dag dat ik met mijn dochters belde op hun verjaardag. Weer was ik de grote afwezige. De woorden van mijn kinderen raakten me diep. Later op de avond, alleen in mijn cel, brak er iets in mij. Dat moment markeerde het besef dat ik zelf verantwoordelijk was voor mijn daden, en de schaamte die ik voelde tegenover mijn omgeving. Voor het eerst voelde ik het verlangen om echt te veranderen. In de eerste plaats voor mijn kinderen en ouders, maar ook voor mezelf.
De juiste hulp
Na mijn detentie kwam ik terecht in een forensische kliniek, waar ik begeleiding kreeg van medewerkers van Tactus. Daar begon mijn echte herstel. In wekelijkse schematherapie leerde ik mijn eigen patronen herkennen en doorbreken. Met de juiste hulp lukte het me om terug te kijken op mijn daden en te zoeken naar manieren om herhaling te voorkomen.
Tactus bood mij niet alleen behandeling, maar echte begeleiding en betrokkenheid. Ik voelde me gehoord en gezien. Van lotgenoten begreep ik: zelfs als je straks uit de kliniek bent, kun je de mensen van Tactus nog bellen. Als je behoefte hebt aan een gesprek, dan zijn ze er voor je. Het lukt me weer om positief vooruit te kijken en toekomstplannen te maken. Mijn behandeling is afgerond en ik sta op het punt door te stromen naar een volgende fase. Ik wil niet alleen mijn eigen leven op de rit krijgen, maar me ook inzetten om anderen te helpen.
Ik ben actief in de cliëntenraad van Tactus en wil jongeren voorlichten over de gevaren van drugs en criminaliteit. Het liefst zou ik op scholen langsgaan om in gesprek te gaan met jongeren van zestien tot achttien jaar, de leeftijd waarop ik zelf begon af te glijden. Niet om te preken, maar om eerlijk te zijn. Ik wil vertellen hoe aantrekkelijk dat wereldje leek, snel geld, status, en hoe het uiteindelijk alles kapot maakte wat mij dierbaar was.
Langzaam groeide ook het vertrouwen van mijn ouders terug. Vertrouwen kun je in vijf minuten afbreken, maar het kost jaren om het te herstellen. De relatie met mijn dochters is in opbouw. Ik zie ze weer regelmatig en lees ze ’s avonds voor via beeldbellen. Ik kijk ernaar uit om mijn dochters vaker te zien en samen met hen bij mijn ouders te gaan eten.
Ik wil ook weer gaan boksen, een passie waarin ik vroeger mijn energie kwijt kon. Boksen vraagt discipline en doorzettingsvermogen, en leert me incasseren zonder terug te slaan, zoals ik vroeger deed. Ik weet dat herstel tijd kost en vertrouwen niet in één keer terugkomt. Maar de knop is om. Hoe uitzichtloos het ook lijkt, er is altijd een uitweg. Geef nooit op.
