Spring naar content
Blog: wij zijn Tactus

Wachtrij

2 juni 2020

In de kliniek maakten we telkens een afscheidsposter voor iemand die met ontslag zou gaan. Een groot stuk papier dat gevuld kon worden met mooie uitspraken, plaatjes van een betere toekomst en persoonlijk geschreven gelukwensen of herinneringen aan de opname met elkaar. De eerste keer dat we dat gingen doen in plaats van de gebruikelijke module die op dat tijdstip gepland stond, was ik ietwat van de leg en werd ik chagrijnig. Onredelijk. Ik noemde het knutselen, creatief met kurk, en iets wat toch meteen in de hoek geflikkerd werd zodra de ontvanger thuisgekomen was.

Ik ben nu alweer bijna een jaar thuis en mijn afscheidsposter ligt voor me op de grond. Ik moet het stof eraf vegen want het heeft al die tijd op de kast gelegen. Daar zou het nog liggen, denk ik, ware het niet dat ik aan het schilderen ben en dingen aan de kant moet schuiven. Zo zag ik de poster ineens weer liggen. Nu ik het zo voor me zie maakt het me huiverig om er goed naar te kijken. De kaartjes die erop zijn geplakt heb ik nog niet opengeslagen, de rest heb ik vluchtig bekeken. Ik weet stiekem wel wat er ongeveer op die kaartjes staat. Maar het komt dichtbij en ik heb geen zin om me melancholisch of sentimenteel te voelen. Deels omdat terugkijken niet zo in m’n aard ligt, want voorbij is voorbij en deels omdat die gevoelens nog steeds nauw verbonden zijn met drinken. Eigenlijk elke keer als ik dronk, raakte ik automatisch weemoedig, melancholisch. Saudade, zoals ze het in het Portugees noemen.

Ik zette de treurigste muziek op die ik kende en automatisch kwamen de herinneringen bovendrijven. Of eigenlijk kwamen ze keihard op me af. Ik kon ze niet ontwijken en werd erdoor omvergebeukt, waardoor ik steeds vaker en sneller een slok nam, tot ik plat op m’n rug viel. Het was een poging om er doorheen te gaan, om er vanaf te komen.

De herinneringen kwamen keihard op me af. Ik kon ze niet ontwijken en werd erdoor omvergebeukt, waardoor ik steeds vaker en sneller een slok nam, tot ik plat op m’n rug viel.

Van sommigen op de poster weet ik dat ze weer teruggevallen zijn. ‘Terugvallen’ heb ik altijd een rotwoord gevonden, want het dekt de lading bij lange na niet. Ik voel en hoor de ernst van wat er ècht gebeurd er niet in. Een wielrenner die het tempo van het peloton niet meer bij kan houden valt terug, iemand met een verslaving (in sommige gevallen ook iemand die het peloton niet meer bij kan houden) belandt in levensgevaar, in een uiterst trieste situatie waarbij ik denk aan een vervuild huis, wanhoop, relaties die op scherp komen te staan, eenzaamheid en zo kan ik nog wel even doorgaan. Het woord terug komt van ‘te rug’: iets wat zich van je af beweegt, naar waar je vandaan gekomen bent. Ik denk aan plat op je rug vallen, als een lieveheersbeestje dat overeind gezet moet worden met een klein, rustig duwtje van een vinger.

De lijn in de bijdragen op de poster is de wens dat het me goed gaat in de toekomst en dat ik m’n dromen waar zal maken. Ik heb er nu al een aantal keren maar een beetje naar zitten staren en ik zie het inmiddels niet meer als een knutselwerkje. Alle teksten die erop staan komen van mensen die in een gitzwarte periode in hun leven de hoop hebben weten vast te houden. En ook nog zo liefdevol zijn om mij het beste te wensen en dat kracht bij te zetten door een uur lang in de IKEA woongids, Happinez of Libelle te bladeren om een passende quote te vinden om die op te plakken.

Eén quote blijft hangen: ‘Jouw dromen zijn jouw realiteit in de wachtrij.’ Ik heb de neiging om te gaan zeuren over het woord wachtrij, omdat ik niet van wachtrijen hou. En omdat een wachtrij iets passiefs is voor mij, en herstellen van een verslaving en (dus) dromen waarmaken is allesbehalve passief. Stilstaan is achteruitgaan, terug gaan, terugvallen. Zaak dus om niet zomaar in de wachtrij aan te sluiten, en om met je ervaring en wat geluk de meest belovende te kiezen. Om goed op te blijven letten als je er instaat. Regelmatig kijken of je al een stapje kan zetten, of er niet een nieuwe kassa of iets dergelijks opengaat en of je je niet teveel in je rug laat porren of een winkelwagentje tegen je achillespees aan geramd krijgt. Voor je het weet, raak je uit balans en lig je plat op je rug.  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerd

  • Blog: wij zijn Tactus
Een collega typeerde Bram het treffendst: “De luiken zijn open, maar hij is niet thuis”. Bram was zeker geen hoogvlieger. Hij kwam uit Enschede en hier in deze provinciestad was hij niet welkom bij de groep gebruikers.
  • Blog: wij zijn Tactus
In onze kliniek schrijft Pascal een brief aan zichzelf. Zijn toekomstige zelf, over vijf jaar. In de brief zet hij koers naar het leven dat hij voor ogen heeft en steekt hij zichzelf een hart onder de riem voor zijn weg naar herstel.
  • Blog: wij zijn Tactus
Dus ik ging op vakantie en alles ging soepel.