Spring naar content
Blog: wij zijn Tactus

Voorstress

18 augustus 2020

Volgende week ga ik op vakantie. Zo’n acht jaar geleden ging ik voor het laatst ‘echt’ op vakantie. En daarvoor weet ik het eigenlijk niet eens meer. Ik denk ruim tien jaar ervoor. Er was wel eens een stedentrip of een dagje weg, maar vooral vragen van vrienden om met hen mee te gaan op reis. Ik weigerde altijd beleefd maar resoluut.  Wanneer ik vakantiegeld kreeg, ging het naar schuldeisers en als het wel op m’n rekening werd gestort, ging het grotendeels naar alcohol.

Ik zag goede vrienden reizen maken en ik bleef achter, me uit alle macht vasthoudend aan het idee dat dit voor mij ook nog wel eens is weggelegd. Een paar keer kwam ik dichtbij, als ik wonderbaarlijk genoeg toch geld had en ik nuchter was. Maar dan durfde ik niet, bang dat ik door puur ongeconcentreerd vakantieplezier (en alle sociale controle op minstens 1000 kilometer afstand) een biertje zou nemen zodra ik op de bestemming was aangekomen. Omdat het vakantie is, omdat ik ‘m verdiend had, omdat ik dat thuis niet meer zou doen, omdat nu écht niemand het zou kunnen zien of ontdekken. Maar zover is het dus nooit gekomen.

Gedachten

Tot nu. Het lijkt er sterk op dat het echt gaat gebeuren, ook al kan ik het nog niet helemaal geloven. En ook nu spelen die gedachtes van bijvoorbeeld een biertje bij aankomst, een goed glas wijn bij het eten, en 1 keer, echt 1 keertje maar, me een hele avond helemaal lam zuipen terwijl ik keihard muziek luister. Het oude liedje, ik heb het duizenden keren gedaan.

Maar nu denk ik ook aan dronken van de steiger lazeren, een tafel omverstoten, te laat komen voor het vervoer naar het vliegveld, zo dronken zijn dat ik raar aangekeken word, de paniek die ik zou voelen als de bar dicht gaat, en de kater die ik de volgende dag letterlijk en figuurlijk heb. Maar vooral ontzettend balen omdat ik m’n lange tijd nuchter zijn dan heb verpest. Bovendien zou ik het iedereen moeten vertellen denk ik; ik zou het niet voor me kunnen houden. En daar heb ik allemaal geen zin in. Dit is alleen nog de versie van het drinken op of rond het vakantieadres. Mocht ik in alle wijsheid besluiten om nog een kroeg of iets dergelijks op te zoeken, brengt dat weer een heel nieuw spectrum aan ‘avonturen’ met zich mee.

Ik ben aardig bekend met wakker worden in een cel, en niet weten hoe en waarom ik daar ben beland.

Ik ben aardig bekend met wakker worden in een cel, en niet weten hoe en waarom ik daar ben beland. Alle gevallen waren over het algemeen spijtig, maar vooral die keer in Nijmegen: mijn hotel stond hemelsbreed 200 meter verder. Maar wat er precies is gebeurd waardoor ik daar zat en niet in mijn hotel: absoluut geen idee. Ik sluit niet uit dat dat ook in het verre vreemde zou kunnen gebeuren, mocht ik de geest krijgen.

Ik probeer de stoorzender die al deze gedachtes uitzendt, zachter te zetten, maar ik blijf het door alle voorpret heen toch horen. En daar baal ik dan óók weer van, wat voor dubbele frustratie zorgt. En van die dubbele frustratie baal ik ook weer, und so weiter. Niet dat ik bang ben dat ik ga zwichten, maar ik vind het toch jammer dat het een ding is in mijn brein. Ongefilterd en spontaan en vrij verheugen zou zo leuk zijn, maar ik vrees dat dat nooit meer 100% zal gaan gebeuren, niet zoals toen drinken nog geen probleem was. En ook niet zoals toen m’n ouders nog leefden. Soms denk ik dat door dit alles (het drinken, het verlies, de ongelukken, sterfgevallen, wachtcellen, boetes, mensen teleurstellen, het op ramkoers liggen met mezelf, iedereen, de wereld etc.) er wat meer grijs in m’n kleurenwereld zit dan eerder, of misschien komt het gewoon omdat ik elke dag wat ouder word, en misschien wel sadder and wiser zoals de Engelsen zeggen. Tja. Wie weet.

Gezond mechanisme

Maar hoe dan ook, leg ik me er steeds meer bij neer dat het zo is. Ik beschouw het als een gezond mechanisme, want nu anticipeer ik op wat eventueel komen gaat, in plaats van het te ontkennen of weg te duwen. Ik verheug me misschien niet meer zo uitzinnig, maar ik ga het wel aan, er dwars doorheen, en maak het niet meer zo groot allemaal. Ik zie het wel, in positieve zin, en het is wat het is. En als het goed is heeft dat verder geen invloed op m’n vakantie, en is het genieten er niet minder om. Wat meer van binnen dan van buiten, dat zou kunnen.

Gewoon maar hopen op een huilbabyvrije vlucht verder, en er maar niet teveel over nadenken dat er iemand naast me zou kunnen zitten die kozijnen verkoopt ofzo, en mij daar heel graag deelgenoot van wil maken. Zal je net zien: ‘Interessant hè! De meeste mensen weten het niet, maar er gaat een fáscinerende wereld schuil achter kozijnen. Zo heb je bijvoorbeeld het schuingedraaide Scandinavische anti-klop kozijn wat ervoor zorgt…’ Aan de andere kant: drank is geen optie meer, slaappillen ook niet echt… misschien is de kozijnenverkoper precies slaapverwekkend genoeg om uitgerust aan te komen op de plek van bestemming. 

4 reacties op “Voorstress

  1. Wat een mooi blog weer Tim! Kwetsbaar en open, leest heerlijk weg. Snap nu wat je ooit eens zei tegen mij, je lijkt het allemaal zo groot te maken. Doordat je het hier over jezelf schreef, zag ik het objectief ipv toen subjectief en was het in 1 klap duidelijk thanks😉
    Mooi dat je het allemaal aan gaat en je worsteling op deze manier deelt met ons, gun je een fantastische vakantie…enjoy😇

  2. Altijd fijn om even door jouw eerlijke bril de wereld in te mogen kijken, Tim.
    Ik wens je een fijne vakantie en doe zaterdag de groeten aan Daniëlla!
    Zullen we daarna snel bijpraten!?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerd

  • Blog: wij zijn Tactus
Dus ik ging op vakantie en alles ging soepel.
  • Blog: wij zijn Tactus
Volgende week ga ik op vakantie. Zo’n acht jaar geleden ging ik voor het laatst ‘echt’ op vakantie. En daarvoor weet ik het eigenlijk niet eens meer.
  • Blog: wij zijn Tactus
Bart zit op zijn bed in de verslavingskliniek. “Toen ik 12 jaar oud was, dronk ik mijn eerste biertje. Bah, ik vond het niet eens lekker!”, vertelt hij. Maar dat veranderde al snel: één biertje werden er twee, twee werden er vier, en een paar jaar later was hij verslaafd aan alcohol.