Spring naar content
Blog: wij zijn Tactus

Snelwandelen

12 mei 2020

Afgelopen weekend is iemand overleden in een hospice die ik een aantal jaren van heel dichtbij heb meegemaakt. Ik heb degene nooit een eerlijke kans gegeven; laat ik zeggen dat ik de kop niet goed had staan. Het was in de tijd dat mijn moeder aan het overlijden was en het contact met die persoon gevoelig lag.

De laatste jaren was er uitsluitend contact via de app, en ook nog zeer sporadisch. En meestal alleen in een betere periode, als ik te melden had dat ik ‘al’ twee maanden nuchter was en bezig was met een of ander trajectje of iets waarvan ik tegen beter weten in hoopte dat me dat zou lukken. En altijd zei diegene: ‘Dat vind ik zo fijn om te horen Tim, volhouden hè!’. Dat waterige contact lag grotendeels aan mij, want in verband met mijn moeder was ik boos (pislink eigenlijk) op alles en iedereen in de wereld. Bovendien dronk ik in die periode weer belachelijk veel. Nadat we m’n moeder naar het bejaardentehuis moesten brengen trok ik het niet meer, en dat was meer dan genoeg excuus – vond ik toen – voor een langdurige terugval. Met de kennis van nu, zoals politici graag zeggen, had ik het allemaal graag anders gedaan. 

Zonnebloemen

Het weekend voor afgelopen weekend heb ik bij een bloemist in de buurt van het hospice zonnebloemen via internet besteld om te laten bezorgen. Meteen daarna werd ik gebeld door een 070 nummer. Den Haag dus, waar mijn vader geboren en grotendeels getogen is. Ik kreeg een man met een heerlijk vet Haags accent aan de lijn (de lèn). ‘Ja ik zag dat je een bloemetsje had besteld dus ik denk ik bel eive. Ik zag dat ut naah un hospice moes dus ik wâh zegge ik ken ut vanavond wel eive brengen. Dan is ut d’r tenminste, maandag zèn we dich.’ Ik kreeg een brok in m’n keel en tranen in m’n ogen. Ik heb hem wel vier keer bedankt en vond het geweldig dat hij zo snel belde. ‘Gein praubleim hoâh, ik denk graag mei met de mense!’ Een uur later kreeg ik een mail dat het afgeleverd was, vijf minuten erna een app van degene die het had gekregen. Ik heb nu de app voor me, alsof diegene nog leeft. De bloemen werden prachtig bevonden.

Weer kwam automatisch in me op dat ik moest gaan zuipen. Mijn hersenen denken blijkbaar echt nog zo nu en dan dat dat zo hoort. Een reflex, maar ik trapte er gelukkig niet in.

En afgelopen weekend dus een app dat diegene was overleden. Er stond zoiets als ‘het zat er aan te komen maar toch onwerkelijk’. Het kwam veel harder aan dan wat ik van te voren verwachtte. Weer kwam automatisch in me op dat ik moest gaan zuipen. Mijn hersenen denken blijkbaar echt nog zo nu en dan dat dat zo hoort. Een reflex, maar ik trapte er gelukkig niet in. Ik had ook geen zucht verder, het kwam maar gewoon op. Heel banaal en plastisch. Goedkoop eigenlijk. Andere keren was m’n verslaving veel mooier tevoorschijn gekomen, en veel sluwer. Veel verleidender en galanter, spannend en gevaarlijk, sexy bijna. De verschijning viel me tegen dit keer. Misschien ook omdat het al vaak zat was voorgekomen, en ik het eigenlijk al voelde aankomen. ‘Oh god ja, krijgen we dat ook weer hoor, pff.’ Dat was het meer. 

Als ik me op dat level verdrietig voel, heb ik een aantal favoriete nummers die ik kan luisteren. Bij het eerste nummer begon de jankpartij al die te verwachten viel. En huilen is heerlijk zo nu en dan. Daarna volgde ietwat opluchting, maar de boosheid bleef. Dan maar wandelen. Of eigenlijk werd het 1,5 uur snelwandelen, waarbij het zweet van m’n hoofd gutste. Bezeten bijna, alsof ik daardoor kon zorgen dat het niet gebeurd was, dat het werd teruggedraaid. Het leek alsof alle bierblikjes in de berm oplichtten en zowat voor een flits zorgden, als bij onweer. De tijd interesseerde me niet meer, niks interesseerde me meer. Ik was boos en verdrietig en iedereen moest daar maar mee dealen. Val me niet lastig, vraag me niks, loop me niet voor m’n voeten.

Even stil staan

Totdat ik een oude vrouw moest passeren die ik al lang had zien lopen. Maar nu kwam ik dichtbij en ik zag haar af en toe stilstaan om naar de natuur te kijken, naar een stukje weiland met wilde bloemen. Ik bedacht me dat ik dat ook meer moest doen, zowel nu als in mijn dagelijkse leven, en niet als een bezetene rond moest wandelen. Ik wil vaak te snel, teveel, en daarbij heb ik bijna geen geduld. Ik vergeet om soms gewoon te stoppen of te pauzeren en te genieten van alles om me heen, letterlijk even stil te staan. Wat dat betreft komt deze coronacrisis me wel goed uit, en raak ik juist niet gefrustreerd en moedeloos. Het was allemaal wat cliché misschien maar die oude vrouw zorgde er wel voor dat ik besefte dat ik niet handig bezig was. En dat ik de desinteresse van gewoon maar verder en verder lopen als een bezetene maar al te goed herkende uit de tijd dat ik verslaafd was. Lak aan alles.

Het voelde rot dat dat nu weer even speelde maar het zorgde er dit keer voor dat ik het nu toch wel tijd vond om naar huis terug te wandelen. Ik vroeg aan de vrouw of ze wist waar een bekend punt was in die buurt, waarvandaan ik de weg naar mijn huis weer zou weten. Ze keek me een beetje geschrokken en verbaasd aan en zei: ‘Dan ben je ver uit de buurt jongen, maar als je die straat volgt kom je er aardig in de buurt, vraag daar maar weer verder’. Ik zei ‘Dank u wel mevrouw, dan moet het gaan lukken. Dan vind ik mijn weg wel weer’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerd

  • Blog: wij zijn Tactus
Een collega typeerde Bram het treffendst: “De luiken zijn open, maar hij is niet thuis”. Bram was zeker geen hoogvlieger. Hij kwam uit Enschede en hier in deze provinciestad was hij niet welkom bij de groep gebruikers.
  • Blog: wij zijn Tactus
In onze kliniek schrijft Pascal een brief aan zichzelf. Zijn toekomstige zelf, over vijf jaar. In de brief zet hij koers naar het leven dat hij voor ogen heeft en steekt hij zichzelf een hart onder de riem voor zijn weg naar herstel.
  • Blog: wij zijn Tactus
Dus ik ging op vakantie en alles ging soepel.