Cliënten beoordelen ons met een 8.2
U bevindt zich hier: Home

FAQ Categorie - XTC

« alle categorieën

XTC

  • Is XTC/amfetamine slecht voor je tanden?

    Amfetamine en XTC is slecht voor je tanden. Dat heeft een aantal redenen.

    Klemmen en knarsetanden.
    Door gebruik van speed en XTC neemt de spanning van je spieren toe. Ook de kaakspieren trekken samen en veel gebruikers gaan daardoor stevig knarsetanden. Ook klemmen ze hun boven- en ondergebit stevig op elkaar. Dat doen ze zowel tijdens als na het gebruik. Dit veroorzaakt schade aan je gebit, vooral aan tanden achterin je mond. Dat is inmiddels gebleken uit enkele onderzoeken waarin gebruikers met niet-gebruikers werden vergeleken. Hoektanden waren meer gesleten dan snijtanden, wat zou kunnen betekenen dat de onderzochte gebruikers eerder hun tanden klemden dan knarsten.

    Vermindering van speeksel.
    XTC en amfetamine leiden tot een vermindering van speeksel. Je krijgt een droge mond. Door de vermindering van speeksel is er geen sprake meer van de natuurlijke reiniging van je tanden waardoor de kans op gaatjes (cariës) toeneemt. Als je vaak gebruikt is het verstandig je mond een keer per dag met fluoride te spoelen om gaatjes tegen te gaan.

    Overgeven.
    Ook is gebleken dat XTC gebruikers die vaak moesten overgeven, al dan niet als gevolg van het XTC gebruik, vaker eens slecht gebit hebben. Het maagzuur dat langs je tanden komt tast je tanden namelijk sterk aan.

    Zoete drankjes.
    Iets anders is dat veel gebruikers bij het uitgaan geen alcohol drinken (heel verstandig) maar zoete frisdrankjes met koolzuur nemen. De zoetheid en zuurte daarvan bevordert eveneens het tandbederf.

  • Wat is de geschiedenis van speed?

    Speed of amfetamine werd in 1887 voor het eerst gemaakt, maar pas in 1927 voor het eerst gebruikt. Het werd toen voorgeschreven als bloeddrukverhogend middel.

    De doorbraak kwam pas in de dertiger jaren. Men was toen op zoek naar een middel tegen astma. Bekend was dat het hormoon adrenaline een astma-aanval kon tegengaan. Adrenaline wordt in acute stress situaties door de bijnier afgescheiden en zorgt voor extra energie. Het verhoogt de hartslag, vergroot de spierkracht en doet de bronchiën uitzetten waardoor de ademhaling sneller en makkelijker verloopt. Met name de laatste eigenschap maakte adrenaline zo aantrekkelijk voor het bestrijden van astma, waarbij de luchtwegen vernauwd zijn en de ademhaling zwaar en piepend verloopt.

    Het probleem was echter dat adrenaline niet oraal ingenomen kon worden, maar alleen gespoten kon worden. Spuiten had weer ernstige effecten op hart- en bloedvaten. Men moest dus op zoek naar een alternatief voor adrenaline.

    Omstreeks 1920 ontdekte een Amerikaanse farmacoloog dat een Chinese plant, Ma Huang ofwel ephedra veelvuldig voorgeschreven werd tegen astmatische aanvallen. Het lukte de farmacoloog om het werkzame bestanddeel, efedrine uit deze plant te halen. De verbinding vertoonde grote overeenkomst met adrenaline. Omdat efedrine wel oraal gegeven kon worden en niet gespoten hoefde te worden werd efedrine het middel voor de behandeling van astma. Probleem was echter dat de plant Ma Huang schaars was zodat men weer op zoek moest naar een alternatief. En zo kwam men uiteindelijk terecht bij de in 1887 geïsoleerde chemische stof amfetamine dat wat betreft structuur op efedrine lijkt.

    Ook amfetamine bleek verlichting te geven bij astma en bronchitis. Voordeel boven efedrine was nog dat het in vluchtige vorm geleverd kon worden. Amfetamine kwam dan ook onder de merknaam Benzedrine, in de vorm van inhaleerapparaatjes legaal op de markt. Men besefte toen nog niet dat amfetamine tot misbruik en verslaving kon leiden.

    In 1937 werd er op een Amerikaanse Universiteit studie verricht naar de effecten van amfetamine. De uitkomst was dat amfetamine vermoeidheid en slaap tegenging. Dat nieuws ging als een vuurtje rond en vele studenten die moesten blokken voor een examen en wakker moesten blijven kochten het middel bij de drogist.

    Vanwege de oppeppende werking werd amfetamine niet alleen de drug van de jaren dertig, maar ook van de Tweede Wereldoorlog. Het werd gebruikt door Engelse en Duitse soldaten en ook Hitler zelf liet zich vijf keer per dag injecteren met een speedinjectie. In Japan kregen zowel militairen als fabrieksarbeiders amfetamine om de vechtlust en productie op te voeren. Later, in de zestiger jaren, zou ook de Amerikaanse president John F. Kennedy speed gebruiken, met name in tijden van uitputting en vermoeidheid.

    In de loop van de veertiger jaren werden de negatieve gevolgen van amfetaminegebruik langzamerhand zichtbaar. Japan bleef na de oorlog met enorme voorraden zitten en probeerden deze aan de man te brengen. Op een gegeven moment was 5 % van de Japanse bevolking tussen 16 en 25 jaar afhankelijk geworden. In Zweden zag men de nadelige gevolgen snel in en werd amfetamine in het begin van de vijftiger jaren verboden.

    Fervente amfetaminegebruikers in San Francisco ontdekten eind jaren 60 dat je amfetamine naast slikken ook kon spuiten, hetgeen niet alleen de roes toestand versnelde maar ook gewenning veroorzaakte. Het gevolg was dat gebruikers naar steeds hogere dosissen grepen.

    Ondanks dat de verwoestende werking van amfetamine begin jaren vijftig al lang bekend was, duurde het nog ruim twintig jaar voordat amfetamine en verwante stoffen in Nederland verboden werden. In 1969 mocht amfetamine alleen nog maar op recept voorgeschreven worden. In 1976 werd het opgenomen in de opiumwet. Amfetamine wordt op dit moment voorgeschreven voor narcolepsie (aanvallen van slaapzucht) Voor de behandeling van ADHD schrijft men tegenwoordig Ritalin voor. Deze stof heeft hetzelfde effect als amfetamine. Als drug wordt het vooral in het partycircuit gebruikt. In een onderzoek onder uitgaanders in het club- en party circuit in 1998 bleek dat 7% van de bezoekers de afgelopen nacht amfetamine had gebruikt.

    (Bronnen: 1. De farmacologie van Verslaving, Handboek verslaving, maart 2000. 2. Psychofarmaca, Hersenen onder invloed, wetenschappelijke bibliotheek, 1989. 3. Antenne 98, Jellinek preventie en Universiteit van Amsterdam, 1999.)

  • Wat is DOB?

    DOB is de stofnaam voor de chemische samenstelling 4-bromo-2,5-dimethoxyamfetamine. Het is een sterk werkend tripmiddel. Er kunnen hallucinaties en visuele vervormingen optreden. De werking van DOB is enigszins vergelijkbaar met die van LSD en 2C-B. De effecten beginnen 1 à 3 uur na inname. De werkingsduur van DOB is wel veel langer dan die van LSD en 2C-B, zo'n 18 tot 30 uur.

    Het is verkrijgbaar als fijn, wit kristalachtig poeder en in tabletvorm. Meestal staat er een logo op het tablet, maar dat hoeft niet persé. Je kunt DOB snuiven of slikken.

    Fysieke bijwerkingen zijn misselijkheid en trillen. Je kunt er angstig van worden en in paniek raken. Er zou vaatverkramping van de slagaders kunnen optreden. Door de sterke werking is er kans op overdosering. Herhaald gebruik leidt snel tot tolerantie. Hierdoor moet je meer pillen slikken om hetzelfde effect te voelen. Het gevaar hiervan is dat je teveel neemt. Als je DOB gebruikt in combinatie met alcohol versterken beide middelen elkaar. Er zijn een aantal gevallen bekend van mensen die overleden zijn als gevolg van DOB-gebruik. DOB is dus niet ongevaarlijk.

    Een paar jaar geleden werden DOB-tabletten aangeboden als XTC-pillen. Als je denkt XTC te hebben geslikt, kunnen de DOB-effecten nogal hevig zijn. Je kunt in paniek raken en/of angstig worden, met name doordat de pil zo lang doorwerkt. Ook bij te hoge doseringen DOB-tabletten kunnen de effecten te sterk worden. Anno nu wordt DOB -voor zover bekend- bijna niet meer gebruikt. Het is verboden. Het staat op lijst I van de Opiumwet: harddrugs met een onaanvaardbaar risico voor de gezondheid. Productie, handel en bezit zijn verboden.

  • Welke werkzame middelen zitten er in drugs?

    Er zijn drugs die vernoemd worden naar de werkzame stof die er in zit, zoals bijvoorbeeld bij heroïne en cocaïne. Bij tabak, hasj en XTC heet de werkzame stof anders. Bij tabak is de werkzame stof nicotine, bij hasj is het THC (tetrahydrocannabinol) en bij XTC is het MDMA (3,4 methyleendioxymethamfetamine). Drugs zijn veelal versneden met allerlei andere stoffen. Je koopt drugs dus bijna nooit in zuivere vorm. Omdat drugs illegaal zijn wisselt de zuiverheid enorm. Dit antwoord is gebaseerd op beschikbare gegevens uit februari 2000. Bij wiet is de hars die de THC bevat vermengd met allerlei plantendelen van de hennepplant. Waarschijnlijk bevat wiet zo\'n 8% tot 12 % THC. Bij hasj heb je vrijwel de zuivere hars, soms vermengd met enkele plantendeeltjes. XTC komt meestal in pillen op de markt. De pil bestaat naast MDMA uit vulstoffen zoals cellulose, lactose, zetmeel en magnesiumstearaat. Dit laatste wordt gebruikt om de pil over de mal te verdelen. Soms worden ook nog kleurstoffen toegevoegd. Meestal weegt een pil tussen de 270 en 340 milligram en bevat dan gemiddeld zo\'n 60 tot 70 milligram MDMA. Let wel dit is een gemiddelde. Er zijn forse afwijkingen, zowel naar boven als naar beneden. De uitslagen variëren van 20 tot 190 milligram MDMA(bron:DIMS). Daarom moeten gebruikers hun pil altijd laten testen. Eind 1998 bestond zo\'n 70% van de pillen uit MDMA en vulstoffen. Bij de overige 30% bestaan de pillen uit allerlei andere stoffen zoals amfetamine en cafeïne. Al of niet in combinatie met MDMA (bron: DIMS). Cocaïne komt als poeder op de markt. De werkzame stof is cocaïne. Het is vaak versneden met suikers (bijvoorbeeld manitol), met plaatselijk verdovende middelen (zoals lidocaine) of met andere stimulerende middelen zoals (amfetamine, efedrine en cafeïne). De zuiverheid bedraagt gemiddeld zo\'n 50%. Maar ook hier zijn enorme afwijkingen. De uitslagen variëren van 8% tot 80% (bron: DIMS). De werkzame stof in heroïne is dus heroïne. Het is vermengd met cafeïne of paracetamol. In Amsterdam Zuidoost wordt op straat gekochte heroïne regelmatig geanalyseerd. De zuiverheid ligt tussen de 20 en 50% (bron: Stichting Streetcornerwork).

  • Is iemand die alleen in het weekend gebruikt ook verslaafd?

    In het algemeen niet. Wel ligt het gevaar van niet meer kunnen uitgaan zonder te gebruiken, op de loer. Dat is een lichte vorm van geestelijke afhankelijkheid. Je ziet dat wel bij XTC. Mensen moeten dan voordat ze uitgaan een pil scoren. Hij of zij vindt een feest niet meer leuk zonder. Maar bij XTC zal het gebruik zich in de regel niet zo ontwikkelen dat de gebruiker ook door de week een pil nodig heeft. Het gebruik is en blijft gekoppeld aan het uitgaan. Iets anders zijn de lichamelijke gezondheidsrisico's. Elk weekend XTC gebruiken is beslist schadelijk met name voor de hersenen. Essentieel bij de vraag of iemand verslaafd is, is of hij er in gedachten voortdurend mee bezig is. Een XTC -gebruiker zal pas weer aan XTC gaan denken als hij uitgaat. Anders wordt het natuurlijk als hij er voortdurend mee bezig is. Dat zie je bijvoorbeeld wel eens bij alcohol. Bij alcoholisten kennen we de zogenaamde kwartaaldrinkers. Dit zijn mensen die een flinke tijd niet drinken en dan een korte periode geheel door het lint gaan. In feite kunnen deze mensen niet met alcohol omgaan. Zij hebben een strategie ontwikkeld om een aantal maanden niet te drinken en houden dat vol omdat ze weten dat ze zich over drie maanden weer klem mogen drinken. Als je deze mensen zou zien in de periode dat ze niet drinken zou je niet denken dat ze verslaafd zijn. Maar dat zijn ze in feite wel. Ze verlangen voortdurend naar alcohol en zijn er de hele tijd mee bezig. Deze vorm van alcoholisme wordt ook wel epsilon-alcolisme genoemd. Gebruik je dan is het altijd goed om eens een jaar terug te kijken en na te gaan hoe je dat jaar eigenlijk gebruik hebt. Je kunt je dan de volgende vragen stellen: - Ben ik geleidelijk meer gaan gebruiken? - Gebruik ik omdat ik anders niet meer vrolijk wordt? - Gaat mijn gebruik ten koste van andere dingen? - Ben ik er in gedachten vaak met gebruik bezig? - Gebruik ik om de nadelige gevolgen van vorig gebruik op te vangen - Weten mijn vrienden hoe vaak en hoe veel ik gebruik? - Maakt mijn omgeving wel eens opmerkingen over mijn gebruik?