Spring naar content

Talk ’n Joy pakt het anders aan in coronatijd

Het is voor kinderen van ouders met een verslaving goed om te praten en afleiding te hebben. Daarvoor hebben we Talk ’n Joy! Vanwege deze coronatijd gaat alles nu alleen nét even anders. Collega en preventiewerker Beppie vertelt ons er meer over.

Hoe is de situatie voor deze kinderen veranderd door corona?

“Bij kinderen van wie de ouders nog in gebruik zitten, is de thuissituatie stressvol. Dat wordt nu versterkt door het vele thuiszitten en het tussen vier muren moeten blijven met ouders. Over het algemeen is deze periode dus nog stressvoller voor ze dan normaal. Juist nu is het extra belangrijk om de focus te houden op kwetsbare kinderen.”

Wat zie je daar zelf van in de praktijk?

“We zien duidelijk dat er meer spanningen zijn binnen de gezinnen. Kinderen hebben hun gebruikelijke ontsnappingsmogelijkheden niet meer. School, sport, clubs en dergelijke zijn juist belangrijk voor deze doelgroep. Het is heel fijn dat kinderen nu weer naar school of sport kunnen, al is het nog maar deels. Het geeft structuur en regelmaat en dat lukt ouders van deze kinderen thuis vaak niet.”  

Hoe is jullie werkwijze nu veranderd?

“Uiteraard nemen we de maatregelen rondom corona in acht, dus dat betekent dat de groepen die we voor de kinderen en jongeren hebben helaas niet doorgaan. Dat vinden we heel erg jammer. Er stonden er een heleboel op stapel voor de komende tijd, dus alles is gestrand. Dat maakt het dan ook extra belangrijk om goed contact met de kinderen te houden. We proberen met één groep op korte termijn wel deels online op te starten. Er is nog wel iets mogelijk in deze tijd!

De individuele contacten worden ook anders georganiseerd. Normaal gaat het contact face to face en soms zelfs in groepjes, maar dat gaat helaas niet. Ook zien we de kinderen veel minder, maar wanneer we ze zien bewaren we altijd genoeg afstand van elkaar. Zulke contacten zijn dan buiten, want we gaan niet thuis op bezoek. Zo heb ik bijvoorbeeld met twee jongeren een eindje gewandeld en met een ander ging het contact via beeldbellen.”

Hoe wordt er vanuit Tactus op deze situatie ingespeeld voor de kinderen?

“Contact houden! Dat is echt het eerste en belangrijkste. Normaal hebben we veel activiteiten waarbij de kinderen elkaar kunnen zien. Dat kan nu niet en dat missen ze echt. De Talk ‘n Joy week die we elke zomer voor de kinderen organiseren proberen we zoveel mogelijk binnen de maatregelen vorm te geven. We gaan ieder geval íets doen, zodat ze daar naar uit kunnen kijken. Daar gaan we ons absoluut hard voor maken. Voor veel kinderen zijn de activiteiten die speciaal op hen gericht zijn namelijk echt een uitje. Even geen zorgen, even niet thuis zijn en even de focus op iets anders.

Ter vervanging van de activiteiten hebben we de deelnemers van Talk ’n Joy in Twente onlangs een ‘omdat’-tasje gestuurd met allerlei leuke dingen. In deze tas zaten onder andere een bakpakket met slagroom, een spel, iets om te knutselen en een aardbeienplantje om in de tuin te zetten. Daar kregen we hele leuke reacties op.”

Is het nu moeilijker om oog te houden op deze kinderen?

“Soms moet je heel erg meekijken welke mogelijkheden er nog wél zijn en zo oplossingen vinden. Je hoort in de media ook wel dat kwetsbare kinderen het extra moeilijk hebben. Sommigen hebben bijvoorbeeld geen computer en kunnen daardoor niet thuis meedoen met het onderwijs. Dat zijn dingen waar wij ook mee te maken krijgen. Bij zo’n situatie kijken we samen met de school of er andere mogelijkheden zijn.

Naast dat we goed contact blijven houden met de kinderen, blijven we ook alert op eventuele valkuilen en houden we in de gaten of er goede opvang voor ze is. Sommigen zijn bijvoorbeeld vaak alleen thuis. We moesten sommige scholen bijvoorbeeld stimuleren deze kinderen wel op school op te vangen of te steunen. Bij een (telefonisch) gesprek met het kind maken we eerst een praatje over de gewone dingen. Als een kind het lastig vindt om te praten omdat er iemand meeluistert kunnen we bijvoorbeeld een codewoord afspreken. Normaal gesproken kun je makkelijker letten op non-verbale communicatie, dus nu zijn we extra alert en luisteren we goed naar het kind. We vragen ook naar de veiligheid, of ze meer stress ervaren en wat er bijvoorbeeld extra lastig is nu, omdat het heel belangrijk is dat ze het daar over kunnen hebben en het kwijt kunnen.”