Cliënten beoordelen ons met een 8.2
U bevindt zich hier: Home > Blog > Cliënt met afstand
terug

Cliënt met afstand

28 april 2020

Gevoelsmatig kom ik vaak niet dichter dan anderhalve meter bij dit soort jongens. Volmondig zeggen deze jongemannen: “Ik heb niemand nodig". Ze zijn verbaal sterk, weten alles wat zo krom is als wat weer recht te praten. Spreek de moeders van deze jongens maar een keer en je gaat anders kijken naar deze cliënten.

Ik spreek de moeder van Maarten regelmatig. Ze benoemt de kwetsbaarheid van haar zoon. “Hij is verstandelijk beperkt en heeft een vorm van autisme. Daarom begrijpt hij de wereld niet. En de wereld hem niet”, voegt ze eraan toe. Ze heeft gelijk. Natuurlijk heeft ze gelijk, ze kent Maarten al 39 jaar. Toen Maarten 1,5 jaar was, zei ze al tegen het consultatiebureau: “Er is iets met Maarten aan de hand. Hij reageert anders op zijn omgeving”. Het werd afgewimpeld door de medewerkster met de woorden: ‘Daar groeit hij wel overheen.’ 

Maarten groeide flink door en de problemen groeiden in het kwadraat mee. Moeder ging scheiden van de vader van Maarten en haar zoon koos er al snel voor om bij zijn vader in te trekken. Maarten blowde al op 12-jarige leeftijd. Hij kon niet meekomen op school. Door gebruik van drugs en alcohol kon hij de grote jongen zijn die hij eigenlijk niet was. Hij kwam ook al op jonge leeftijd in aanraking met de politie. Zonder rijbewijs in een onverzekerde auto rijden is één voorbeeld om problemen te krijgen. Maarten ging na wat rondzwervingen wonen in een begeleid wonen project. Het leek Maarten goed te doen, maar een autoriteit boven hem, of zelfs naast hem, duldde hij niet. Hij wilde het zelf doen, en dan ging het keer op keer mis. 

Maarten groeide flink door en zijn problemen groeiden in het kwadraat mee. 

Nu zit Maarten vast in een PI aan de andere kant van het land. Moeder heeft melding gemaakt bij de GGD met de vraag om een zorgmachtiging. Ze zegt al jaren te roepen om verplichte zorg, want haar zoon wil geen hulp, maar kan niet zonder hulp. Zo is hij een paar maanden geleden zijn woning uitgezet. Forse huurachterstand. Als je hele verhaal hoort, zal je verbaasd zijn dat dit kon gebeuren. Maarten had op het moment van uitzetting een bewindvoerder en reguliere hulp van een instelling die speciaal gericht is op mensen met een beperking. Ik had voorafgaand aan de inzet van reguliere hulp bemoeizorg ingezet om Maarten te motiveren om zich te laten helpen. 

Belangrijkste eerste stap was de aanvraag van een uitkering, de derde of vierde in een periode van minder dan een jaar. Elke poging liep steevast uit op een teleurstelling. Maarten wilde zelf documenten aanleveren, maar dat lukte vervolgens niet. Maarten raakt gefrustreerd en liet dan een tijdje niets meer van zichzelf horen. Hij deed de deur niet open en nam ook de telefoon niet op. Het lukte uiteindelijk om samen met Maarten en de bewindvoerder een nieuwe afspraak te krijgen bij de gemeente voor een uitkering. De aandachtspanne van Maarten is niet al te lang. Het was al een prestatie als hij het hele gesprek uitzat. De laatste keer is hij voortijdig vertrokken toen hij uitleg moest geven over inkomsten die had verkregen.

Hij zegt: “Ik ga naar het buitenland. Ik wil helemaal geen hulp meer”.

Tja, en nu zit hij vast. Nog een tijdje, dus tijd om dingen te regelen voor als hij weer op straat komt te staan. De bemoeizorger wordt er weer bij gevraagd. Ik heb overleg gehad met zijn moeder die de hulpvragen beter dan wie ook kan verwoorden. De laatste die hiernaar luistert, is Maarten zelf. Ik bel Maarten in de PI. Hij zegt: “Ik ga naar het buitenland. Ik wil helemaal geen hulp meer hebben”. “Maar Maarten”, zeg ik, “nu door de corona lijkt mij het niet gemakkelijk om naar het buitenland te gaan. Echt, je kunt nauwelijks ergens heen, laat staan dat je ergens kan werken om je boterham te verdienen”. Het blijft stil aan de andere kant.

Martin Hartog werkt als bemoeizorger bij Tactus.

Deel dit bericht:


Reacties

Nog geen reacties geplaatst

Plaats reactie