Cliënten beoordelen ons met een 8.2
U bevindt zich hier: Home > Blog > Bonnie en Clyde
terug

Bonnie en Clyde

03 februari 2020

Ik zat er klaar voor; het eerste gesprek met mijn nieuwe cliënt die ik als persoonlijk begeleider zou gaan ondersteunen. Met zijn EpiPen kwam hij bij ons op de groep. “Ik heb helemaal geen notenallergie, het Koosjer eten is in de bajes veel lekkerder”, zei hij met een grijns van hier tot Tokio op zijn gezicht. Op dat moment wist ik dat dit een leuke samenwerking zou worden.

Hij leerde van mij patronen te herkennen die zich in zijn leven afspeelden. Ik leerde van hem met welk slot ik mijn fiets het beste kan beveiligen tegen diefstal. Een jointje moest kunnen vond hij, maar met de delicten wilde hij wel stoppen. Al zag een fiets er in zijn ogen uit als een zak met geld. En die fruitautomaten in de snackbar, daar had hij ook een speciale band mee. “Jasmijn, ze noemen mij de gokkastenfluisteraar, dan kan ik er toch niet zomaar mee stoppen!”. Frietsaus zou zijn nieuwe bijnaam worden. Er waren grote plannen voor de toekomst. Een rijbewijs, een baan, een vriendin en het liefst aan het eind van het jaar een kind. “Gast, je bent zelf nog een kind!”, werd er wel eens naar hem geroepen. “Helemaal niet!”, zei hij, terwijl hij de fles mayonaise uitkneep op zijn bord met spaghetti. Zelf zag hij daar de humor ook wel van in.

Dat hele weekend heb ik me thuis afgevraagd waar het mis is gegaan en welke steek ik heb laten vallen. Een klein stukje van mijn moederhart was gebroken.


Het ging de goede kant op. Hij maakte foute grappen, maar kwam uit zichzelf zijn excuses aanbieden. Er was ruzie met een ander, maar hij loste het enigszins netjes op. Onder dat kind zonder discipline zat een gezonde volwassene die zijn hoofd af en toe om de hoek heen stak. Om de humor werd gelachen en de zorgen werden besproken. “Als je me zo blijft confronteren met mezelf, dan zijn we geen Bonnie en Clyde meer”, zei hij zuchtend. Maar waarderen kon hij het wel. Het ging alle kanten op, van therapeutisch negeren tot hard confronteren met de werkelijkheid. Maar er was altijd tijd om hard met elkaar te kunnen lachen.

Hij was een week gestart met onbegeleid verlof. Ik was een paar dagen vrij. “Zolang de boel maar niet instort”, grapte ik nog toen ik de deur uit liep. Nog geen 24 uur later krijg ik te horen dat hij de benen heeft genomen tijdens zijn tweede verlof. Dát had ik niet zien aankomen. Ergens voelde het als een klap in mijn gezicht. Dat hele weekend heb ik me thuis afgevraagd waar het mis is gegaan en welke steek ik heb laten vallen. Een klein stukje van mijn moederhart was gebroken.

Patronen zijn lastig om te doorbreken en die realiteit komt hard aan. Dan is het de kunst om je rug te rechten en rechtop te blijven staan. Dat het onbevredigend voelt, valt niet te ontkennen. Maar ook dat onderdeel van het werk zal uiteindelijk wel wennen.

Jasmijn Coumans
sociotherapeut Piet Roordakliniek

Deel dit bericht:


Reacties

Nog geen reacties geplaatst

Plaats reactie