U bevindt zich hier: Home > Blog > “Wat môt dat”
terug

“Wat môt dat”

25 september 2018

Ik begrijp niet altijd waarom mensen drinken. Bij Gerard snapte ik het wel. Om met een dominante vader te leven was het haast noodzakelijk om af en toe de vergetelheid te zoeken in de drank. Veel drank.

De woning lag aan een doorgaande weg naar het dorp. Een degelijke woning uit de jaren veertig, door vader gebouwd. Het was altijd een gesloten gezinssysteem geweest, waar niemand echt naar binnen had kunnen kijken. De verhalen gingen rond. Vader was hardhandig. Zowel naar zijn vrouw en kinderen, maar huiselijk geweld werd het in die tijd nog niet genoemd. Met als gevolg dat de ellende voortduurde en niemand ingreep. Moeder overleed en de oudste zoon verliet huis en haard voor een eigen gezinsleven. Gerard bleef thuis wonen.

Ik kwam kijken na de melding van de wijkagent die zich zorgen maakte over het drankgebruik van Gerard en het feit dat hij vrachtwagenchauffeur was. Een situatie met een hoog risicoprofiel. Toch hadden ze Gerard nog nooit betrapt met rijden onder invloed. Maar de verhalen gingen rond en de politie ging er mee aan de slag.

De eerste keer dat ik er kwam, zag ik een groot erf met een lange sliert bebouwing achter de robuuste woning. Ergens in een schuur hoorde ik geluiden. Ik ging kijken en trof Gerard aan. Ik vertelde waarom ik hier kwam en vroeg hoe het ging.

“Goed”, zei hij. “Ik maak dit voor mijn vader zodat hij in bed kan ontbijten.” Het was een plank met een houten rand er om heen. “Vader is al in de negentig, maar hij wil eigenlijk niet dat er iemand komt.” Ik zag de onrust op zijn gezicht en de spanning nam toe hoe langer ik probeerde om het gesprek gaande te houden. Gerard manoeuvreerde mij opzichtig naar buiten. Ik liep met hem mee naar voren. Plots schoot een deur open en met een donderende stem zei de oude man: “Wat môt dat hier”.

“Zie je wel, dat bedoelde ik nu. Vader wil niet dat er mensen komen”, bracht Gerard uit met bijna overslaande stem. “Je houdt hem van het werk af”, schreeuwde de krom staande man er achteraan.

“Ach, even pauze mag toch wel”, zei ik om de toon van de conversatie wat te verluchtigen. Er kwam niets luchtigs van terecht. Gerard droop af naar zijn schuur en vader bleef nors kijken totdat ik achterwaarts het erf was afgereden.

Er bleek thuiszorg voor vader te komen. Ik nam contact op en de medewerkster bevestigde het beeld dat zoon dronk. En, misschien nog wel erger, er waren regelmatig flinke aanvaringen tussen vader en zoon. “Werk aan de winkel”, zei de medewerkster. Ik sprak af dat ik bij Gerard langs bleef komen.

Een periode lukte dit redelijk. Gerard werkte los vast en was regelmatig thuis. Hij zag het drinken niet als probleem, maar benoemde keer op keer dat zijn vader geen ‘makkelijke’ was. Ook kwam ik een keer dat Gerard er niet was en vader plots achter mij stond. De vriendelijkheid zelve. Of ik koffie wilde?

Vader liet mij de ruimte tussen de woning en de schuren zien. Het had alles weg van een voorraadmagazijn van de firma Mummelmans. “30%. Gekocht in Duitsland”, zei vader. Vader benoemde zijn zorg en was kennelijk toch blij met mijn bemoeienis voor zijn zoon.

Daarna heb ik vader niet meer zo openhartig kunnen spreken. Wel had ik het gevoel dat als ik er was, Gerard niet meer werd opgejaagd en uitgekafferd.

Niet veel langer daarna viel vader, kwam in het ziekenhuis en maakte daarna zijn gang naar het verpleeghuis. Daar overleed hij. Van de Thuiszorg hoorde ik dat Gerard vader dagelijks opzocht, de was verzorgde en dat hij sinds die tijd geen druppel meer dronk.

Later zag ik Gerard op de trekker. Baas op eigen erf. Hij was de sloten aan het uitgraven. Hij had rust. Totdat de auto van zijn oudere broer het erf opreed. “Mijn broer”, zei hij gehaast. Ik moet terug. Even zag ik weer de opgejaagde Gerard terug. Nu nog zonder alcohol. Maar voor hoe lang?

Martin Hartog werkt als bemoeizorger bij Tactus.

Deel dit bericht:


Reacties

Nog geen reacties geplaatst

Plaats reactie